Griep bij varkens (varkensinfluenza) is een veel voorkomende oorzaak van luchtwegplemen op varkensbedrijven. Waar acute uitbraken met koorts en hoesten meestal snel worden herkend, blijft het virus op sommige bedrijven voortdurend circuleren. Opeenvolgende groepen biggen worden steeds opnieuw geïnfecteerd.
Deze zogenaamde endemische influenza kan een negatieve impact hebben op groei, uniformiteit, medicatiegebruik, sterfte en de gevoeligheid voor andere luchtwegaandoeningen. Gelukkig kan een gerichte combinatie van diagnostiek, vaccinatie en managementmaatregelen helpen om varkensinfluenza onder controle te krijgen.

Welke symptomen wijzen op endemische influenza bij varkens?
In tegenstelling tot een acute griepuitbraak die vrijwel alle dieren tegelijk treft, vertoont endemische influenza vaak een terugkerend patroon.
Typische symptomen zijn:
-
Terugkerend hoesten bij zuigende en gespeende biggen
-
Koorts
-
Niezen
-
Neusuitvloeiing
-
Verminderde voederopname
-
Tragere groei en minder uniforme koppels
-
Meer behandelingen tegen secundaire bacteriële infecties
-
Verhoogde sterfte
-
Terugkerende luchtwegproblemen in opeenvolgende rondes
Op veel bedrijven raken biggen al tijdens de zoogperiode of kort na het spenen met het griepvirus geïnfecteerd. Deze dieren vormen vervolgens een infectiebron voor jongere groepen biggen, waardoor het virus langere tijd op het bedrijf aanwezig kan blijven.
Belangrijk is dat endemische influenza veel meer is dan alleen een hoestprobleem. Onderzoek toont aan dat aanhoudende circulatie van het griepvirus gepaard kan gaan met hogere sterfte na het spenen en verminderde technische resultaten. Bovendien werkt influenza vaak als een opstap voor complexere luchtwegaandoeningen. De economische impact wordt daarom vaak onderschat.
Waarom blijft het griepvirus circuleren op een varkensbedrijf?
Een belangrijke reden is dat het virus zich kan blijven verspreiden ondanks de aanwezigheid van biestantistoffen (maternale antistoffen) die biggen via de zeug meekrijgen.
Deze maternale antistoffen verminderen doorgaans de ernst van de klinische verschijnselen, maar voorkomen infectie en virusuitscheiding niet volledig. Daardoor kunnen biggen besmet raken zonder duidelijke symptomen te vertonen en toch bijdragen aan de verdere verspreiding van het virus binnen het bedrijf.
Welke managementfactoren houden varkensinfuenza in stand?
Verschillende managementfactoren kunnen de aanhoudende circulatie van het griepvirus binnen een bedrijf bevorderen:
-
Intensief overleggen van biggen tussen tomen
-
Gebruik van pleegzeugen
-
Mengen van dieren uit verschillende tomen
-
Continue productiesystemen
-
Onvoldoende leeftijdsscheiding tussen diergroepen
-
Onvoldoende reiniging en ontsmetting tussen rondes
Deze factoren vergroten het contact tussen geïnfecteerde en gevoelige dieren, waardoor het virus zich continu door de varkensstapel kan verplaatsen.
Waarom zijn influenza-testen soms negatief terwijl het virus wel aanwezig is?
Herkenbaar? De klinische symptomen wijzen sterk op influenza, maar de laboratoriumresultaten zijn negatief. Daar zijn verschillende verklaringen voor.
Het griepvirus wordt slechts gedurende een korte periode uitgescheiden
Na infectie vermenigvuldigt het influenzavirus zich snel. De virusuitscheiding bereikt meestal haar piek tijdens de eerste dagen na infectie en neemt daarna snel af. Wanneer dieren te laat worden bemonsterd, kan een PCR-test negatief zijn terwijl de infectie wel degelijk aanwezig was.
Niet alle dieren zijn gelijktijdig geïnfecteerdOp endemische bedrijven verloopt de circulatie vaak ongelijkmatig. Op het moment van monstername kan slechts een klein deel van de dieren actief geïnfecteerd zijn. Wanneer te weinig dieren worden bemonsterd, bestaat een reële kans dat besmette dieren niet worden geselecteerd.
Maternale antistoffen kunnen infecties maskeren
Maternale immuniteit vermindert vaak de ernst van de infectie en kan de hoeveelheid uitgescheiden virus verminderen. Daardoor wordt het moeilijker om geïnfecteerde dieren op te sporen.
Hoe neem je correct monsters voor influenza-diagnostiek?
Een goede diagnose begint met het bemonsteren van de juiste dieren op het juiste moment.
Kies de juiste dieren voor monstername
Maak een selectie uit jonge dieren van verschillende leeftijdsgroepen. Zoals dieren uit de kraamstal, pas gespeende en gespeende biggen.
De beste kandidaten zijn varkens met recente symptomen. Let op, kraamstalbiggen hoeven geen symptomen te hebben maar kunnen het virus toch uitscheiden. Kies dieren die:
-
die recent zijn beginnen te hoesten
-
koorts hebben
-
onbehandeld zijn
-
in een vroeg stadium van de infectie zijn
Vermijd dieren die al wekenlang symptomen vertonen, omdat de virusuitscheiding dan vaak al voorbij is.
PCR onderzoek op neusswabs blijft de standaard
Diepe neusswabs van acuut aangetaste dieren vormen nog steeds de voorkeursmethode voor het aantonen van een griepinfectie. Het virus wordt door middel van PCR-onderzoek opgespoord.
Praktische aanbevelingen:
-
Bemonster 10 tot 15 dieren per groep
-
Selecteer dieren met recente klinische symptomen
-
Verzamel de monsters zo snel mogelijk na het begin van de klinische symptomen
-
Bewaar de monsters gekoeld en voeg een virustransportmedium toe
-
Breng of verzend de monsters zo snel mogelijk naar het laboratorium
Maak gebruik van aanvullende monstertypes om de detectiekans te verhogen
Recente onderzoeken tonen aan dat bijkomende bemonsteringsmethoden de detectiekans kunnen verhogen, zeker op zeugenbedrijven. Voorbeelden zijn speekselmonsters, uierdoekjes van zeugen en omgevingsmonsters. Opsporen van het griepvirus in dit type monsters kan helpen om de viruscirculatie op bedrijfsniveau beter in kaart te brengen.
Combineer PCR-onderzoek en serologie voor een completer beeld
PCR-onderzoek beantwoordt de vraag: "Is het virus vandaag aanwezig?". Antistofbepaling of serologie beantwoordt de vraag: "Is er recent blootstelling geweest aan het griepvirus binnen de varkensstapel?". Het combineren van beide technieken geeft doorgaans het meest complete beeld van de infectiesituatie.
Hoe kies je een geschikt vaccin tegen varkensinfluenza?
Vaccinatie vormt één van de belangrijkste instrumenten voor de controle van endemische varkensinfluenza. Het succes ervan hangt echter af van een doordachte strategie.
Welke informatie heb je nodig om de juiste vaccinkeuze te kunnen maken?
Influenzavirussen evolueren voortdurend. Daarom is het belangrijk om regelmatig te bepalen:
-
Welke subtypes op het bedrijf aanwezig zijn
-
Welke virusstammen circuleren
-
Of er veranderingen optreden doorheen de tijd
Wanneer de veldstammen te veel afwijken van de vaccinstammen, kan de bescherming verminderen. Daarom is het verstandig om de circulerende stammen regelmatig te monitoren en de vaccinatiestrategie indien nodig aan te passen.
Wat mag je verwachten van influenza-vaccinatie?
Geïnactiveerde influenzavaccins kunnen:
-
klinische symptomen verminderen
-
longletsels beperken
-
productieresultaten verbeteren
-
de infectiedruk in de varkensstapel verlagen
-
Virusuitscheiding verminderen
Vaccinatie garandeert echter geen volledige steriele immuniteit. Ook gevaccineerde dieren kunnen onder bepaalde omstandigheden nog geïnfecteerd raken.
Waarom is zeugenvaccinatie belangrijk bij endemische influenza?
Op bedrijven met endemische influenza richt vaccinatie zich vaak op:
-
het verminderen van viruscirculatie bij de zeugen
-
het verhogen van de maternale immuniteit van biggen
-
het verlagen van de infectiedruk bij jonge dieren
Een goed uitgewerkt vaccinatieprogramma voor zeugen kan een belangrijke bijdrage leveren aan de controle van influenza op bedrijfsniveau.
Vaccinatie alleen is niet voldoende: welke managementsmaatregelen helpen?
De meest succesvolle influenza-controleprogramma's combineren vaccinatie met goede managementmaatregelen. Belangrijke aandachtspunten zijn:
-
beperk het overleggen van biggen zoveel mogelijk
-
beperk het gebruik van pleegzeugen
-
verbeter de scheiding tussen leeftijdsgroepen
-
Pas strikt all-in/all-out management toe
-
Zorg voor grondige reiniging en ontsmetting tussen rondes
-
Monitor regelmatig de circulatie van influenzavirussen
-
Evalueer de vaccinatiestrategie periodiek op basis van diagnostische resultaten
Hoe krijg je varkensinfluenza duurzaam onder controle?
Endemische influenza is het resultaat van een complexe wisselwerking tussen virus, dier en management. Een totaalaanpak levert daarom de beste resultaten op.
Conclusie: een totaalaanpak is essentieel voor controle van varkensinfluenza
Endemische varkensinfluenza is een veelvoorkomende, maar vaak onderschatte oorzaak van luchtwegproblemen en productieverliezen. Het virus kan langdurig op bedrijven aanwezig blijven doordat geïnfecteerde biggen de infectie van de ene naar de volgende diergroep overdragen, zelfs wanneer maternale immuniteit de klinische symptomen gedeeltelijk onderdrukt.
Een succesvolle controle berust op vier pijlers:
-
Correcte monstername en gerichte diagnostische analyses.
-
Keuze van een vaccin dat aansluit bij de circulerende veldstammen.
-
Een consistent en goed doordacht vaccinatieprogramma.
-
Managementmaatregelen die de verspreiding van het virus beperken.
Door combinatie van gerichte diagnostiek, vaccinatie en bedrijfsmanagement kan de circulatie van varkensinfluenza aanzienlijk worden verminderd, met gezondere dieren en betere technische resultaten als gevolg.
Bronnen
-
Alvarez et al. (2015). Association of the presence of influenza A virus and porcine reproductive and respiratory syndrome virus in sow farms with post-weaning mortality. Preventive Veterinary Medicine,121(3–4):240–5.
-
Deblanc et al. (2018). Maternally-derived antibodies do not inhibit swine influenza virus replication in piglets but decrease excreted virus infectivity and impair post-infectious immune responses. Veterinary Microbiology, 216, 142-152.
-
Garrido-Mantilla et al. (2019). Comparison of individual, group and environmental sampling strategies to conduct influenza surveillance in pigs. BMC Veterinary Research, 15:61.
-
Garrido-Mantilla et al. (2021). Impact of nurse sows on influenza A virus transmission in pigs under field conditions. Preventive Veterinary Medicine, 188, 105257.
-
Grau et al. (2024). Effect of stabilizers on the detection of swine influenza A virus (swIAV) in spiked oral fluids over time. Porcine Health Management 10:49.
-
Gumbert et al. (2020). Reproductive performance of pandemic influenza A virus infected sow herds before and after implementation of a vaccine against the influenza A (H1N1) pdm09 virus. Porcine Health Management, 6:4.
-
Henritzi et al. (2020). Surveillance of European domestic pig populations identifies an emerging reservoir of potentially zoonotic swine influenza A viruses. Cell Host & Microbe, 28(4):614–627.e6.
-
Lillie-Jaschniski et al. (2022). A New Sampling Approach for the Detection of Swine Influenza A Virus on European Sow Farms. Veterinary Sciences, 9(7):338.
-
Ryt-Hansen et al. (2022). The role of gilts in transmission dynamics of swine influenza virus and impacts of vaccination strategies and quarantine management. Porcine Health Management, 8:19.
-
Stadler et al (2024). Influenza surveillance in pigs: balancing act between broad diagnostic coverage and specific virus characterization. Porcine Health Management, 10:19.