Geboortediarree bij biggen: oorzaken, diagnose, behandeling en preventie

Geboortediarree bij biggen: meer dan een infectie alleen

Artikel27_Geboortediarree_Hoofdafbeelding

Geboortediarree of neonatale diarree blijft één van de grootste uitdagingen in de kraamstal. De aandoening treft vooral biggen in de eerste levensweek en kan snel leiden tot uitdroging, verzwakking en sterfte als er niet tijdig wordt ingegrepen. Naast het directe effect op de gezondheid van de dieren, heeft geboortediarree ook een belangrijke economische impact door hogere uitval, extra behandelingskosten en een verminderde groei van de overlevende biggen.

Om deze aandoening effectief te beheersen, is het cruciaal te begrijpen dat neonatale diarree meestal niet door één enkele oorzaak ontstaat. Het gaat vrijwel altijd om een combinatie van infectieuze factoren, omgevingsomstandigheden, management en de weerstand van de big.

Het belang van immuniteit: alles begint met optimale biestopname

In tegenstelling tot sommige andere diersoorten worden biggen geboren zonder afweerstoffen. De placenta van de zeug laat namelijk geen antistoffen door, waardoor de big tijdens de eerste levensdagen volledig afhankelijk is van antistoffen uit de biest om zich te beschermen tegen ziekteverwekkers.

De eerste uren na de geboorte zijn cruciaal. De darm van de pasgeboren big is slechts gedurende een korte periode in staat om antistoffen uit de biest op te nemen. Daarna sluit deze “poort”, en kan de big geen antistoffen meer opnemen. Bovendien daalt het gehalte aan antistoffen in de biest snel na het begin van het geboorteproces. Het gehalte aan afweerstoffen in de biest halveert binnen de 6 uur.

Wanneer biggen niet voldoende antistoffen via de biest binnenkrijgen, worden ze een gemakkelijke prooi voor ziekteverwekkers in hun omgeving. Dit probleem komt vaak voor bij grote tomen, zeugen met een lage melkproductie of bij onvoldoende toezicht tijdens het werpen. Ook een gebrek aan immuniteit bij de zeug zelf kan een rol spelen. Als de zeug geen antistoffen heeft tegen bepaalde ziekteverwekkers, kan ze deze ook niet doorgeven via de biest.

Daarom zijn een goed vaccinatiebeleid en een correcte acclimatisatie van gelten essentieel om de basisimmuniteit van de toom te garanderen.

Omgeving: de impact van klimaat en hygiëne

Naast immuniteit speelt de omgeving een cruciale rol. Het klimaat in de kraamstal beïnvloedt rechtstreeks de gezondheid van zowel zeug als biggen.

Biggen hebben nood aan een warme, droge en tochtvrije omgeving. Wanneer ze worden blootgesteld aan koude of vocht, raken ze snel onderkoeld. Dit heeft niet alleen een invloed op hun energieverbruik, maar ook op hun darmwerking. Bij lagere temperaturen vertraagt de beweeglijkheid van de darm, waardoor bacteriën meer kans krijgen om zich aan de darmwand te hechten, te vermenigvuldigen en schade aan te richten.

Hygiëne is minstens even belangrijk. Een vervuilde omgeving verhoogt de infectiedruk, waardoor zelfs goed ontwikkelde biggen ziek kunnen worden. Hoe meer ziektekiemen aanwezig zijn in het kraamhok, hoe groter de kans dat ze diarree veroorzaken.

 

Management: toezicht, bioveiligheid en hygiëne

Het kraamstalmanagement bepaalt in grote mate of risicofactoren worden gecontroleerd of juist versterkt.

Een goede dierverzorging begint met aandacht voor bioveiligheid en hygiëne. Daarnaast is het essentieel dat alle biggen voldoende en tijdig biest opnemen. Dit vraagt een goede opvolging tijdens het werpen en eventueel gerichte interventies.

Het beperken van het overleggen van biggen in de eerste levensuren helpt ook om de overdracht van ziektekiemen te verminderen. Bovendien is het belangrijk om problemen vroegtijdig te herkennen, zodat snel kan worden ingegrepen en verliezen beperkt blijven.


Infectieuze oorzaken: welke ziektekiemen spelen een rol? 

Er zijn meerdere bacteriën, virussen en parasieten die diarree bij jonge biggen kunnen veroorzaken. Afhankelijk van de betrokken ziekteverwekker zal de diarree op een verschillend tijdstip optreden en zijn de klinische symptomen verschillen. In de tabel zijn de belangrijkste infectieuze oorzaken van diarree bij kraambiggen vermeld.

Tabel: Belangrijkste ziekteverwekkers geassocieerd met diarree tijdens de eerste levensweken (1,2)

Artikel26_Geboortediarree_Tabel

 

Het stellen van een correcte diagnose is vaak een uitdaging. Veel ziekteverwekkers die diarree veroorzaken, kunnen ook aanwezig zijn bij gezonde biggen. Daarom is het aantonen van een ziekteverwekker op zich onvoldoende om de oorzaak van het probleem vast te stellen. (3)

Een betrouwbare diagnose begint met een goede evaluatie van de bedrijfssituatie. Daarbij wordt gekeken naar de leeftijd van de aangetaste biggen, het aantal betrokken tomen en de snelheid waarmee het probleem zich verspreidt. Klinische symptomen zoals waterige mest, uitdroging en verminderde vitaliteit geven bijkomende aanwijzingen.

Toch zijn klinische symptomen alleen niet voldoende om de exacte oorzaak te bepalen. Daarom is mestonderzoek en/of autopsie van recent gestorven of geëuthanaseerde biggen vaak noodzakelijk. Dit laatste maakt het mogelijk om typische letsels in de darm waar te nemen en gericht monsters te nemen voor verder onderzoek.

Laboratoriumanalyses, zoals bacteriologisch onderzoek, PCR-onderzoek en weefselonderzoek, zijn noodzakelijk om een bevestigde diagnose te stellen. (3)

Geboortediarree heeft een aanzienlijke economische impact op het bedrijf. De meest directe verliezen ontstaan door een verhoogde biggensterfte. Daarnaast stijgen de kosten door behandelingen en extra arbeid. Ook de overlevende dieren groeien vaak minder goed en zijn minder uniform. Dit heeft een impact op de prestaties op latere leeftijd. Een slechte start in de kraamstal werkt vaak door na het spenen en tijdens de vleesvarkensfase.

Er wordt geschat dat de kosten van neonatale diarree bij een sterftepercentage van 10% kunnen oplopen tot €134 per zeug per jaar, wat het belang van preventie en controle duidelijk aantoont. (4)

 

Een succesvolle behandeling vereist snelle actie. De basis van elke behandeling is ondersteunende zorg. Biggen met diarree verliezen grote hoeveelheden vocht en elektrolyten, waardoor rehydratatie cruciaal is. Het toedienen van elektrolytoplossingen kan een aanzienlijk verschil maken in overlevingskansen. Tegelijk is het essentieel om de biggen warm te houden, aangezien onderkoeling hun toestand snel verslechtert.

Wanneer een bacteriële infectie vermoed of bevestigd wordt, kan een antibioticabehandeling noodzakelijk zijn. Hierbij is het belangrijk dat de keuze van het product gebaseerd is op advies van de dierenarts en, indien mogelijk, op laboratoriumresultaten.

Preventie van geboortediarree is zonder twijfel de beste strategie. Een goede opname van biest tijdens de eerste levensuren is noodzakelijk om de biggen te voorzien van de nodige antistoffen.

Om de kwaliteit van de biest zo optimaal mogelijk te maken speelt vaccinatie van de gelten en zeugen een belangrijke rol, onder meer tegen E. coli en Clostridium perfringens. Ook een goed acclimatisatiebeleid van gelten is belangrijk, omdat de kwaliteit van de biest bij gelten over het algemeen lager is dan bij meerdereworpszeugen.

Hygiëne is een fundamentele pijler. Het grondig reinigen, ontsmetten en laten drogen van kraamhokken tussen rondes helpt om de infectiedruk te beperken.

Ook het stalklimaat verdient aandacht. Het handhaven van een correcte temperatuur, het vermijden van tocht en het zorgen voor droge ligplaatsen zijn eenvoudige maar zeer effectieve maatregelen. Verder draagt een aangepaste bezettingsgraad en een doordacht overlegmanagement bij tot een lagere infectiedruk.

Door een sterke weerstand bij de biggen te combineren met maatregelen die de infectiedruk laag houden, kan het optreden van geboortediarree aanzienlijk worden verminderd.

 

Geboortediarree bij zuigende biggen is een complex en multifactorieel probleem dat een geïntegreerde aanpak vereist. Hoewel verschillende ziekteverwekkers een rol kunnen spelen, zijn managementfactoren zoals biestopname, hygiëne en omgevingsomstandigheden minstens even belangrijk.

Een sterke weerstand, opgebouwd door de opname van voldoende en kwalitatieve biest, in combinatie met optimale omgevingsomstandigheden en een goede dierverzorging in de kraamstal, verkleint de kans dat ziekteverwekkers die geboortediarree veroorzaken zich kunnen ontwikkelen. Biggen die tijdens de zoogperiode vrij blijven van diarree doorstaan het speenproces vlotter en behalen ook na het spenen betere resultaten.

Bronnen

  • Zimmerman et al. (2012). Diseases of swine (10th ed.). Wiley-Blackwell. Chapter 15 Digestive System, p. 199-226.
  • Luppi et al. (2017). Swine enteric colibacillosis: diagnosis, therapy and antimicrobial resistance. Porcine Health Management (2017) 3:16.
  • Luppi et al. (2023). Diagnostic Approach to Enteric Disorders in Pigs. Animals 13, 338.
  • Sjölund et al. (2014). Financial impact on pig production: III. In Proceedings of the Gastrointestinal Disorders: Proceedings of the 6th European Symposium of Porcine Health Management, Sorrento, Italy, p. 189.

Het Ceva Lung Program geeft antwoord.

Mycoplasma bacteriën, Circovirussen en andere ziekteverwekkers vormen een bedreiging voor de longgezondheid van uw varkens. Het Ceva Lung Program registreert de resultaten van longonderzoek in het slachthuis en levert objectieve meetresultaten voor een gerichte besluitvorming.

Meer dan 500 Nederlandse varkensbedrijven maakten al gebruik van het Ceva Lung Program om de longgezondheid van hun vleesvarkens in kaart te brengen.

Meer onderwerpen

World Zoonoses Day, 6 juli

Lees verder

Meer vitale biggen: minder uitval en een betere start

Lees verder

Griep bij varkens: hoe weet je of het griepvirus circuleert?

Lees verder