Influenza, of griep, is een van de meest voorkomende luchtweginfecties bij varkens. Zowel biggen, vleesvarkens, gelten als zeugen kunnen ermee besmet raken. Op veel bedrijven blijft het griepvirus continu aanwezig, waardoor het kan leiden tot aanhoudende luchtwegproblemen en verminderde prestaties. Omdat de symptomen niet altijd even duidelijk zijn, is griep opsporen niet eenvoudig. Een correcte diagnose vraagt daarom zowel een goede observatie van de klinische symptomen als gericht diagnostisch onderzoek. In dit artikel leggen we uit hoe je griep kan opsporen en waar je best op let.
Het klinisch beeld van griep bij varkens kan sterk variëren.
Wanneer het virus voor het eerst op een bedrijf verschijnt, of wanneer een nieuwe variant wordt geïntroduceerd, verloopt de infectie vaak acuut. Zo’n uitbraak herken je aan plots optredende koorts, lusteloosheid, verminderde voederopname, hoesten, niezen en een versnelde ademhaling. Bij zeugen kunnen ook abortussen optreden. Tijdens een acute uitbraak verspreidt het virus zich snel door de hele stal en zijn de symptomen meestal van korte duur.
Op de meeste bedrijven is de situatie echter anders. Daar blijft het griepvirus continu aanwezig en verloopt de infectie eerder chronisch. De symptomen zijn dan vaak milder en minder uitgesproken, waardoor griep niet altijd meteen wordt herkend.
Bovendien wordt het beeld vaak vertroebeld door bijkomende infecties, zoals Mycoplasma, PRRS of andere luchtwegaandoeningen. Daardoor lijkt het soms alsof griep geen rol speelt, terwijl het virus wel degelijk bijdraagt aan de luchtwegproblemen op het bedrijf.
Om vast te stellen of het griepvirus actief circuleert op een bedrijf, wordt gebruikgemaakt van PCR-onderzoek. Dit is de meest directe manier om het virus aan te tonen. Bovendien is het ook mogelijk om met deze techniek te bepalen welk type of welke types van het griepvirus op het bedrijf circuleren. Dit is belangrijk omdat er tegenwoordig meerdere types griepvirussen circuleren in de varkensstapel. Weten welke grieptypes circuleren is noodzakelijk om bedrijfsspecifieke beheersmaatregelen te bepalen en voor de juiste vaccinkeuze.
Welke monsters voor griepdiagnose bij varkens?
Het griepvirus kan via PCR-onderzoek worden opgespoord in neusswabs, tracheobronchiaalswabs (TBS), speekselmonsters en longweefsel van gestorven dieren.
Wat is het beste tijdstip van monstername voor een betrouwbare griepdiagnose?
Een belangrijk aandachtspunt is het tijdstip van bemonstering. Individuele varkens scheiden het griepvirus meestal slechts 5 tot 7 dagen na infectie uit en na ongeveer 9 dagen is het virus niet meer aanwezig in de longen. (1) Bovendien worden de klinische symptomen pas zichtbaar enkele dagen na infectie, dus wanneer de dieren het virus al enkele dagen aan het uitscheiden zijn.
Op bedrijven met acute klinische symptomen betekent dit dat monsters best zo snel mogelijk na het optreden van de eerste symptomen worden verzameld. Omdat er na een griepinfectie vaak andere, secundaire infecties ontwikkelen, is het mogelijk dat het griepvirus niet meer aantoonbaar is op het moment dat de symptomen het hevigst zijn. Bij infecties met meerdere grieptypes is het bovendien mogelijk dat niet alle aanwezige types even gemakkelijk worden opgespoord.
Vooral op bedrijven waar sprake is van een chronische griepbesmetting of vage klinische symptomen is de diagnose vaak een uitdaging. Onderzoek (1) wees uit dat het in dit geval belangrijk is om biggen van verschillende leeftijdsgroepen te bemonsteren. Denk daarbij aan biggen in het kraamhok, biggen op speenleeftijd en gespeende biggen. Bemonster daarbij zowel gezonde biggen als biggen met klinische symptomen. Jonge biggen vertonen vaak minder klinische symptomen, omdat ze hiertegen beschermd zijn door de biestantistoffen die ze van de zeug kregen. Deze antistoffen verhinderen echter niet dat deze biggen geïnfecteerd worden, het griepvirus uitscheiden en verspreiden naar andere dieren. Verzamel ook voldoende monsters. Het advies is om minstens 10 dieren per leeftijdsgroep te bemonsteren. Deze kunnen eventueel per 5 samengevoegd worden tot een mengmonster, om de analysekosten niet te hoog te laten oplopen.
Monsters correct bewaren en transporteren voor PCR-onderzoek
Het griepvirus is onstabiel en breekt snel af bij kamertemperatuur. Daardoor kan het gebeuren dat virussen die aanvankelijk in het monster aanwezig waren, in het lab niet meer worden teruggevonden omdat ze tijdens opslag en transport zijn afgebroken. Om dit te vermijden, is het belangrijk om monsters meteen na afname koel te bewaren en een geschikt virus-transportmedium toe te voegen. Daarnaast moeten de monsters zo snel mogelijk naar het laboratorium worden gebracht voor analyse.
Wanneer het niet mogelijk is om dieren te bemonsteren tijdens de acute fase van de infectie, kan later alsnog onderzoek worden uitgevoerd naar antistoffen in het bloed van varkens die eerder symptomen vertoonden. Het is daarbij belangrijk om de bloedmonsters pas minstens tien dagen na het begin van de kliniek te nemen. Zo krijgt het immuunsysteem voldoende tijd om antistoffen aan te maken.
Bij biggen jonger dan 10 tot 12 weken is deze methode niet geschikt. Bij deze dieren kan namelijk geen onderscheid worden gemaakt tussen antistoffen afkomstig uit de biest en antistoffen die door een infectie zijn gevormd. Bovendien remmen deze biestantistoffen de aanmaak van eigen antistoffen na een infectie.
Ook bij gevaccineerde dieren is de interpretatie van de resultaten moeilijk. In dat geval is het namelijk niet mogelijk om te bepalen of de aangetoonde antistoffen het gevolg zijn van vaccinatie of van een doorgemaakte infectie.
De diagnose van griep:
Conclusie
Griep komt vaak voor, maar wordt niet altijd gemakkelijk herkend door de variatie in symptomen, het vaak chronische verloop en het gelijktijdig optreden van andere infecties. Een correcte diagnose vraagt daarom een doordachte aanpak, waarbij klinische observaties gecombineerd worden met gericht diagnostisch onderzoek.
PCR-onderzoek blijft de meest betrouwbare methode om actieve viruscirculatie aan te tonen, op voorwaarde dat de bemonstering correct gebeurt. Aanvullend kan serologisch onderzoek nuttig zijn, al is de interpretatie daarvan niet altijd evident, zeker bij jonge of gevaccineerde dieren.
Door alert te zijn voor signalen in de stal, tijdig te bemonsteren, voldoende dieren van verschillende leeftijdsgroepen te bemonsteren, monsters correct te bewaren en de juiste diagnostische technieken te gebruiken, weet je of griep op jouw bedrijf speelt. Dit is essentieel om gerichte maatregelen te nemen en de impact van griepinfecties op de gezondheid en prestaties van varkens te beperken.
Bron